Artikel in de Leeuwarder Courant

Zonder zeilen geen skûtsjes. Maar hoe werkt een zeilmakerij?  Op bezoek bij Molenaar in Grou, hofleverancier van de SKS en IFKS. ,,It is sa’n moai fak. Je boartsje mei eat dat je net sjogge: wyn.’’

Het is spitsuur aan de Nieuwe Kade in Grou. In de werkplaats van Zeilmakerij Molenaar liggen twee fokken op de vloer. Twee zeilmakers komen niet achter hun naaimachines vandaan en halen de witte doeken in rap tempo onder hun naalden door. Het is drie weken voor de start van het SKS-kampioenschap en de skûtsjes van Huzum en Grou wachten op hun nieuwe ‘motor’.

,,We ha it smoardrok’’, zegt Jaap Jongsma (55). Hij is samen met Pierre Modderman (53) eigenaar van de zeilmakerij. Dit seizoen hebben de twee 35 stuks zeilen afgeleverd aan skûtsjes van de SKS en IFKS. ,,Dêr gie dit jier 65 persint fan ús tiid yn sitten. De SKS en IFKS binne belangryk foar ús ûndernimming’’, zegt Jongsma. De andere tijd zit in zeilen voor alle andere boten en schepen die je maar kunt bedenken: van pampussen tot ynglingen en valken.

De drukte komt niet voor niets nu: de nieuwe zeilformule van de SKS ebt nog na. Door de nieuwe formule – vorig jaar ingevoerd – mogen sommige skûtsjes meer vierkante meter doek voeren dan ze eerst hadden. De meeste skûtsjes hingen direct nadat de vereniging instemde met de nieuwe regels al bij Jaap Jongsma aan de lijn, maar onder meer het skûtsje van Huzum is een jaartje later. Vorig jaar was er nog geen geld om een nieuw zeil te kopen.

Dit jaar wel. Niet voor een nieuw grootzeil (in vaktaal en moet je eigenlijk alleen zeil zeggen), maar wel voor een fok. Jongsma: ,,De ekstra kante meters dy’t Huzum noch ferwurkje mocht  yn syn seilen, ha we dus net yn it seil set, mar yn ’e fok.’’

Een nieuw skûtsjezeil kopen is niet niks. Een vierkante meter kost ongeveer 120 euro. Met een grootzeil van gemiddeld 165 vierkante meter groot, gaat het om bedragen richting de 20.000 euro. Veel geld voor een commissie of – in de IFKS – voor particuliere eigenaren.

Daar komt bij dat de omloopsnelheid binnen de SKS hoog is. ,,Ferskate skûtsjes dogge trije, soms twa jier of sels mar ien jier mei in fok’’, zegt Jongsma. In de IFKS doen de skûtsjes langer met hun tuig, tot een zeven seizoenen. En nu, vermoedt Jongsma, zitten ze midden in een nieuwe cyclus. Dat maakt dit voorjaar tot het drukste in jaren.

Na een aantal mindere jaren, is Jongsma trots dat Molenaar nu acht skûtsjes mag tuigen en twee skûtsjes (Huzum en Langweer) voor een deel, en naar schatting 85 procent van de IFKS-skûtsjes. De andere skûtsjes halen hun zeilen bij concurrent De Vries Sails in Makkum. Vorig jaar zeilde zowel het podium van de SKS als dat van de IFKS met de zeilen van Molenaar. ,,Dan binne wy grutske seilmakkers’’, zegt Jongsma, die samen met Modderman zes man in dienst heeft.

Maar wat is het geheim van de smid? ,,Lestich te sizzen’’, zegt Jongsma. ,,Eltsenien hat syn eigen wurkwize, ideeën en netwurk. Wat dogge it op ús manier, en dat sprekt gelokkich oan.’’

Het is in ieder geval niet eenvoudig om een zeil te maken. Wie denkt dat een zeil een stuk vlak doek is dat in de juiste hoeken is gesneden, zit mis. Bij Molenaar zijn ze gemiddeld anderhalf uur bezig met een vierkante meter. Bij een zeil van 165 vierkante meter toch al snel 200 uur, oftewel een week werk voor vijf fte’ers.

Bij Molenaar snijden ze het doek, dat ze inkopen bij Contender in Mijdrecht, eerst kapot voordat ze de delen weer – op maat – aan elkaar vast naaien.  Van de stroken – 46 centimeter hoog – blijft de onderkant een rechte kant, maar wordt de bovenkant in een ronding gesneden. Door de stroken op elkaar te lijmen en te naaien – een rechte op een ronde kant – creëer je een bolling in het zeil. Die bolling is nodig om de wind door de zeilen te jagen. En hoeveel die bolling is? ,,It geheim fan de kok’’, grinnikt Jongsma.

Om zeilen te maken wordt hightech met oud ambacht gemixt. De computer rekent exact uit hoe de stroken moeten worden gesneden en hoe rond de bovenkant wordt. Met de hand (en naaimachine) worden die stroken weer aan elkaar gelijmd en daarna gestikt.

Het echte oude ambacht komt om de hoek kijken als lijknaaier Hans Knol op zijn oude en vertrouwde bankje gaat zitten, in de hoek van de werkplaats. Knol naait met de hand het lijk (het touw dat aan de zomen van het zeil wordt bevestigd) aan het zeil vast. Veertien meter handwerk. De SKS wil dat graag zo, legt Jongsma uit. ,,Hans is der oeren mei dwaande. By oare seilen dogge we it automatysk.’’

En dat ‘liketou’ wordt er niet zomaar opgezet: daar zit ongelooflijk veel spanning op. Eerst door de randen te tapen, dan door ze twee keer te naaien, voordat het lijk erop wordt gezet. Jongsma: ,,Der moat spanning stean op it seil en de liken. In slap lyk jout in slap seil.’’

Molenaar maakt twee types zeilen: model Sneek en model Heerenveen. De Sneker variant is wat vlakker en geschikt voor Piipster skûtsjes. ‘Heerenveen’ is een doek met wat meer pk’s, zegt Jongsma. De bolling is wat dieper, ideaal voor zwaardere skûtsjes. Zo zeilt d’Heale Moanne met model Sneek en Woudsend met ‘Heerenveen’.

En dan zijn er nog de verschillende typen zeilen. Molenaar heeft voor de fok drie smaken: light, medium en heavy. ,,En dy binne dan ek noch wol wat te miksen’’, zegt Jongsma. ,,Wy meitsje foar heechút trije wynkrêften seilen.’’ Wil een schipper een fok voor windkracht 2, 3 en 4, dan kruipt Jongsma achter zijn computer. ,,De grutte ferskillen sitte yn it plak fan de djipste bolling yn de fok en de djipte fan dy bolling.’’

Om zelf te oefenen: pak een A4-tje, snij het in vier stroken. Zorg dat elke strook een rechte en een ronde kant heeft, plak ze op elkaar en zie daar: er zit bolling in en het kan niet meer plat op de tafel liggen. En hoe ronder de bovenkanten, hoe meer bolling – hoe geschikter de fok voor harde wind.

Een misverstand: een nieuw zeil maakt het skûtsje altijd sneller dan het oude. ,,It giet derom hoe’t je dermei omgean’’, zegt de zeilmaker.  En als het dan een dagje niet lukt, dan is het altijd eenvoudig om het zeil de schuld te geven. ,,Wylst it sa kompleks is. Der binne safolle faktoaren en fariabelen. Mar de skipper hat de tools yn hannen. En it moaie fan ús fak is: je boartsje mei eat dat je net sjogge: wyn. En dat is it it lestichste oan ús fak: wa bepaalt wannear’t it goed is of net?’’

Wie schoenen past, weet of ze te klein of te groot zijn. Bij een zeil speelt gevoel een veel grotere rol. Kan de schipper ermee uit te voeten? ,,En dan binne der safolle faktoaren.’’ De schootspanning, de rekbanden, het onderlijk.  De bemanning, de koers, de manier van zeilen. ,,Je moatte it seil wol brûke sa’t wy it foar eagen ha. Derom stappe we ek faak efkes mei oan board as it der op sit.’’

Dat fokken en zeilen in de SKS een korte levensduur hebben, heeft met dat gevoel te maken. ,,Túch wurdt echt net âld by de earste eigner’’, zegt Jongsma, die ziet dat tuig uit de SKS later wel eens opduikt in de IFKS. ,,Mar skippers wolle graach it goede gefoel hâlde, en dat kinne se ek krije by nij spul.’’

Het heeft nog een oorzaak: de – door sommigen vervloekte – zeilformule, die in de laatste jaren nogal vaak op de schop is gegaan. Waar de commissies na elke wijziging weer de portemonnee mogen trekken, varen De Vries Sails en zeilmakerij Molenaar er wel bij. Jongsma: ,,Wy kleie net.’’